Registratie syndicus in KBO vanaf 1 april 2017 verplicht - Original Immo
Registratie syndicus in KBO vanaf 1 april 2017 verplicht

BELGA via de Standaard meldt vandaag:

Vanaf april wordt het wettelijk verplicht om een syndicus in een appartementsgebouwen te registreren hij de FOD Economie. Dat staat in een koninklijk besluit van ministers van Justitie Koen Geens (CD&V) en Middenstand Willy Borsus (MR), dat kadert in een aanpassing van de wet op mede-eigendom.

Concreet is vanaf 1 april elke vereniging van mede-eigenaars verplicht om de gegevens van de syndicus te registreren in de KBO van de FOD Economie, zodat diens gegevens voor iedereen beschikbaar zijn. Zowel de syndicus van de hoofdvereniging, als die van de deelvereniging moeten zich inschrijven in de KBO, zelfs als dat dezelfde persoon zou zijn. Belanghebbenden zoals leveranciers en flateigenaars kunnen zo makkelijk kennis nemen van de gegevens van de syndicus. Ook syndici die het beroep onwettig uitvoeren kunnen op die manier makkelijker opgespoord worden door het BIV. Daarnaast zullen ook makkelijker statistische gegevens verzameld kunnen worden.

Het gaat dus niet om een aparte inschrijving van de syndicus in de KBO maar wel om een aanvulling bij de huidige inschrijving van de vereniging van mede-eigenaars. De syndicus moet zich in se ten laatste op de werkdag voorafgaandelijk aan de dag waarop zijn opdracht aanvangt, inschrijven bij een ondernemingsloket naar zijn keuze. Bovendien is de syndicus ook verplicht om elke wijziging of doorhaling van de gegevens mee te delen aan het ondernemingsloket.

Aan het ondernemingsloket moet het ondernemingsnummer van de VME worden meegedeeld, evenals een uittreksel uit de akte van aanstelling of benoeming van de syndicus en het rijksregisternummer van de syndicus wanneer het gaat om een natuurlijke persoon. In geval van een vennootschap is het ondernemingsnummer vereist. In de KBO zal te zien zijn of de syndicus een natuurlijke persoon (met vermelding van naam en rijksregisternummer), dan wel een vennootschap is alsook de datum waarop de opdracht van de syndicus aanvangt.

De verenigingen van mede-eigenaars die op 1 april reeds ingeschreven zijn in de KBO hebben één jaar de tijd om zich met de verplichtingen uit het Besluit in regel te stellen. Nieuwe verenigingen van mede-eigendom die vanaf 1 april in werking treden alsook syndici die vanaf die datum benoemd worden, moeten zich onmiddellijk in regel stellen.

‘Bedoeling is dat bewoners erdoor het gevoel krijgen dat zij en hun woning in goede handen zijn’, zegt minister Geens. Voor syndici is het dan weer belangrijk dat ze eindelijk erkenning krijgen voor hun job.’

Dat syndici zich lang niet altijd erkend voelen, mag blijken uit de daling van hun aantal. Terwijl er in ons land elk jaar 3.220 flats bijkomen, zijn er steeds minder professionele syndici om ze te beheren, zo bleek eind vorig jaar uit statistieken van de FOD Economie.

In het Belgisch Staatsblad van 15 maart 2017:

Koninklijk besluit betreffende de nadere regels voor de inschrijving van de syndicus in de Kruispuntbank van Ondernemingen

VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit waarvan ik de eer heb het ter ondertekening van Uwe Majesteit voor te leggen omvat de uitvoeringsmaatregel voorzien in artikel 577-8, § 2/1, van het Burgerlijk Wetboek, zoals ingevoegd bij de wet van 2 juni 2010 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek teneinde de werking van de mede-eigendom te moderniseren en transparanter te maken (Belgisch Staatsblad van 28 juni 2010, blz. 39717). Overeenkomstig de vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass. 5 mei 1970, Pas., I, 1970, blz. 766) naar luid waarvan de uitvoerende macht uit het beginsel van de wet en de algemene economie ervan de gevolgtrekkingen moet afleiden die daaruit op natuurlijke wijze voortvloeien volgens de geest die aan de opvatting ten grondslag heeft gelegen en volgens de doelstellingen die zij nastreeft, strekt dit besluit ertoe om overeenkomstig artikel 577-8, § 2 /1, van het Burgerlijk Wetboek de nadere regels vast te stellen volgens welke de syndicus in de Kruispuntbank van Ondernemingen wordt ingeschreven. Dit besluit heeft tot doel, bij middel van de inschrijving van de syndicus in de gegevens van de Vereniging van mede-eigenaars die overgenomen worden in de Kruispuntbank der Ondernemingen, de doelstellingen te bereiken die artikel 577-8, § 2/1, nastreeft. De doelstellingen van de wetgever kunnen afgeleid worden uit de verschillende amendementen die ingediend werden tijdens de parlementaire voorbereiding van de wet van 2 juni 2010, en zijn de volgende : – makkelijker kennis te kunnen nemen van de gegevens van de syndicus of de voorlopige syndicus, zonder de betreffende mede-eigendom hierbij te moeten betrekken. De syndicus van een pand kan op elk moment worden geïdentificeerd; – de syndici of de voorlopige syndici die het beroep onwettig uitoefenen makkelijker te kunnen opsporen en zodoende aan de verenigingen van mede-eigenaars te kunnen meedelen of de betrokkene gerechtigd is om als syndicus op te treden. Soms worden verenigingen van mede-eigenaars immers geconfronteerd met malafide syndici die bijvoorbeeld verborgen commissielonen opstrijken die aan de mede-eigenaars zouden moeten toekomen of die gelden verduisteren. In dergelijke gevallen is het voor de instanties die deze syndici disciplinair en gerechtelijk vervolgen interessant om in het kader van het nemen van voorlopige maatregelen ter bescherming van de betrokken vereniging van mede-eigenaars en in het kader van controles deze laatsten op elk moment te kunnen identificeren. Momenteel gebeurt deze identificatie via het jaarlijks opsturen van een lijst van mede-eigendommen aan het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars op basis van artikel 5, § 4 van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. Deze lijst is dus niet evolutief. Dit instituut is daarenboven enkel bevoegd voor het disciplinair toezicht op de eigen leden. Het feit van de inschrijving van de syndici in de Kruispuntbank van Ondernemingen zal enerzijds de betrokken instanties toelaten gemakkelijker opzoekingen te doen en dus een performanter vervolgingsbeleid bevorderen. Anderzijds zal het een administratieve vereenvoudiging betekenen voor de syndici die op termijn bevrijd zouden kunnen worden van de verplichting om de lijsten van de mede-eigendommen die ze beheren aan het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars te verzenden. – de inzameling van statistische gegevens mogelijk maken. Het advies van de Raad van State wordt gevolgd, behalve wat het gedeelte van het advies betreffende de preambule en artikel 10 aangaande de bevoegdheid van de minister van Financiën betreft. Zoals de Raad van State vaststelt is de FOD Financiën volgens artikel 9 van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 gegevensbeheerder voor de gegevens betreffende de verenigingen van mede-eigenaars bedoeld in artikel III.18 van het Wetboek van Economisch Recht (WER) bevoegd. Artikel III.18, 6° WER bepaalt dat de identificatiegegevens van de oprichters, mandatarissen en lasthebbers van iedere onderneming, waaronder dus ook het mandaat van de syndicus van de vereniging van mede-eigenaars valt, worden opgenomen in de KBO. Bijgevolg is de FOD Financiën ook gegevensbeheerder voor de gegevens van de syndicus, mandataris van de vereniging van mede-eigenaars. De aanduiding van de Federale Overheidsdienst Financiën bij het koninklijk besluit van 26 juni 2003 als gegevensbeheerder voor de verenigingen van mede-eigenaars zoals voorzien in artikel 577-5 van het Burgerlijk Wetboek, is noch beperkt tot een welbepaald deel van de gegevens van de vereniging van mede-eigenaars, noch werd er een andere gegevensbeheerder aangeduid. Bijgevolg dient het ontwerp dat de ondernemingsloketten als initiator (zoals bedoeld in artikel 1, 2° van het koninklijk besluit van 26 juni 2003) aanduidt voor de gegevens van de syndicus, mandataris van de vereniging van mede-eigenaars, in de KBO, door de minister van Financiën mede-ondertekend te worden. Artikel 1 Dit besluit is van toepassing op elke vereniging van mede-eigenaars, zijnde een hoofdvereniging dan wel een deelvereniging, die rechtspersoonlijkheid bezit en valt onder artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek. In hetzelfde artikel 1 wordt ook verduidelijkt dat met « syndicus » zowel de syndicus, het weze een natuurlijke persoon of vennootschap, bedoeld wordt zoals aangeduid in het reglement van mede-eigendom of benoemd door de algemene vergadering, als de « voorlopige syndicus » toegevoegd of aangeduid ex artikel 577-8, §§ 6 en 7 van het B.W. Het woord “syndicus” omvat derhalve ook de natuurlijke persoon of vennootschap die in het reglement van mede-eigendom is aangeduid, door de algemene vergadering is benoemd of door de rechter wordt toegevoegd of aangeduid om welbepaalde taken uit te voeren. Artikel 577-3, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek voorziet in de oprichting van deelverenigingen indien de hoofdvereniging bestaat uit twintig of meer kavels. De artikelen 577-3 en volgende van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de deelverenigingen, waardoor elke deelvereniging haar eigen syndicus heeft. Het is van belang dat de gegevens in de Kruispuntbank van Ondernemingen volledig en juist zijn, en dat de syndicus steeds kan worden geïdentificeerd, ongeacht of het gaat om de hoofdvereniging, dan wel een deelvereniging van mede-eigenaars. Bijgevolg dient zowel de syndicus van een hoofdvereniging, als de syndicus van een deelvereniging voor zover deze rechtspersoonlijkheid heeft, zich in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, zelfs indien deze syndicus dezelfde is als de syndicus van de hoofdvereniging. Bovendien wordt op deze manier voorkomen dat er deelverenigingen bestaan zonder vertegenwoordiger. Artikel 2 In beginsel moet elke vereniging van mede-eigenaars zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Die inschrijving bevat bepaalde gegevens. Het doel van dit koninklijk besluit is er bijkomende informatie in op te nemen, namelijk de identiteit van de syndicus die de vereniging van mede-eigenaars beheert. Artikel 2 voorziet derhalve dat de syndicus moet ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen als zijnde de persoon die deze functie uitoefent binnen de vereniging van mede-eigenaars. Het is de syndicus aangesteld of benoemd in gevolge artikel 577-8, § 1, of de voorlopige syndicus die overeenkomstig artikel 577-8, §§ 6 en 7, van het Burgerlijk wetboek, wordt toegevoegd of aangewezen die de inschrijving in de Kruispuntbank der ondernemingen op zich neemt. Deze bevoegdheid wordt hem verleend in het reglement van mede-eigendom (art. 577-4, vierde lid, 4°, van het Burgerlijk wetboek). Het koninklijk besluit gebruikt de term “inschrijving”, die evenwel niet moet worden begrepen als de inschrijving van de syndicus als onderneming in de Kruispuntbank van Ondernemingen. De inschrijvingsplicht op basis van dit koninklijk besluit doet immers geen afbreuk aan de inschrijvingsverplichtingen in de Kruispuntbank der Ondernemingen die worden opgelegd door de artikelen III.16 en III. 49. van het Wetboek van economisch recht. De professionele syndicus moet uit eigen hoofde in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn opgenomen. Dit is zo, ongeacht of zij nu aangesloten zijn bij het Bedrijfsinstituut voor vastgoedmakelaars, dan wel syndicus zijn in hun functie van advocaat of lid van een andere beroepsgroep die de taak van syndicus mag waarnemen. De inschrijving van de syndicus op grond van dit koninklijk besluit betreft daarentegen een inschrijving wat de functie van de syndicus betreft. Zoals reeds is vermeld, is het geen aparte inschrijving van de syndicus, maar wel een aanvulling bij de inschrijving van de vereniging van mede-eigenaars. Artikel 3 De eerste paragraaf omschrijft de concrete procedure : de syndicus moet zich ten laatste op de werkdag die de dag waarop zijn opdracht aanvangt inschrijven via het ondernemingsloket naar keuze en deelt bepaalde gegevens mee die zijn identificatie mogelijk maken. Uitzondering hierop is het geval waarin de beslissing tot aanstelling of benoeming minder dan acht werkdagen werd genomen voor de dag waarop zijn opdracht aanvangt. In dit laatste geval moet de inschrijving plaatsgrijpen binnen acht werkdagen na het nemen van de beslissing tot aanstelling of benoeming. Paragraaf 2 verplicht de syndicus elke wijziging of doorhaling van de gegevens mee te delen aan het ondernemingsloket. De mededeling dient te gebeuren ten laatste op de dag die de inwerkingtreding van de wijziging of doorhaling voorafgaat. Uitzondering hierop is het geval waarop de beslissing minder dan acht werkdagen voor de inwerkingtreding van de wijziging of doorhaling werd genomen. In dit laatste geval moet de mededeling van de wijziging of doorhaling binnen acht werkdagen gebeuren volgend op het nemen van de beslissing. Artikel 4 Artikel 4 verplicht de ondernemingsloketten om elke vraag van inschrijving, wijziging of doorhaling te registreren. In § 2 van hetzelfde artikel worden de gegevens vermeld die in de Kruispuntbank der Ondernemingen moeten worden opgenomen. Artikel 5 Artikel 5 bepaalt dat het ondernemingsloket de gevraagde inschrijving binnen acht werkdagen na ontvangst van het volledig dossier bedoeld in artikel 3, § 1 moet inschrijven in de Kruispuntbank der Ondernemingen. § 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat, in geval van weigering van de inschrijving, doorhaling of wijziging, het ondernemingsloket deze weigering binnen acht dagen na ontvangst van het volledig dossier bedoeld in artikel 3, § 1 ter kennis moet brengen aan de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars, afhankelijk van wie de aanvraag heeft ingediend of het mandaat voor het indienen van de aanvraag heeft verleend. Artikel 6 Artikel 6 bepaalt wat het dossier van inschrijving van de syndicus in de Kruispuntbank der Ondernemingen moet bevatten. Dit betreft de aanvragen tot inschrijving, wijziging of doorhaling, de volmachten waarvan de in artikel 3 vermelde aanvragen in voorkomend geval vergezeld gaan en, in voorkomend geval, de beslissing tot weigering van de inschrijving, wijziging of doorhaling die genomen werd door het ondernemingsloket, samen met het bewijs van de kennisgeving aan respectievelijk de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars afhankelijk van wie de aanvraag heeft ingediend of het mandaat voor het indienen van de aanvraag heeft verleend. Met de volmachten waarvan de in artikel 3 vermelde aanvragen vergezeld gaan wordt bij voorbeeld bedoeld een volmacht verstrekt door een professioneel syndicus aan één van zijn werknemers of een volmacht verstrekt aan een lid van de vereniging van mede-eigenaars om de inschrijving van de syndicus te verwezenlijken. Artikel 7 Artikel 7 bepaalt dat de bewaringstermijn vijf jaar bedraagt. Artikel 8 Er wordt voorzien in de betaling van een inschrijvingsrecht zoals reeds voorzien is voor handels- of ambachtsondernemingen in artikel 2, §§ 1 en 2, van het Koninklijk besluit van 28 mei 2003 tot vaststelling van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank der Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming, en de vergoeding van erkende ondernemingsloketten. § 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat de ondernemingsloketten voor hun medewerking aan de inschrijving een bedrag dat gelijk is aan 100 % van de inschrijvingsrechten bedoeld in § 1, btw inbegrepen ontvangen. Artikel 9 De Verenigingen der mede-eigenaars die op datum van de inwerkingtreding van het besluit zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen hebben één jaar de tijd vanaf deze datum om te voldoen aan de in dit besluit vastgelegde verplichtingen. Deze termijn kan verlengd worden. Dit artikel regelt bovendien de inwerkingtreding van het besluit. Artikel 10 De Minister van Justitie, de Minister van Economie, de Minister van Financiën, en de Minister van Zelfstandigen en KMO’s, zijn betrokken : de Minister van Justitie wegens de nieuwe wet op de mede-eigendom; de Minister van Economie wegens de tussenkomst van de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Minister van Financiën, als gegevensbeheerder van de mede-eigendommen zoals bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 houdende aanwijzing van de overheden, administraties en diensten die, betreffende bepaalde categorieën van ondernemingen, belast zijn met de eenmalige inzameling en het actualiseren van de gegevens bedoeld in artikel III.18 van het Wetboek van economisch recht en de Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s wegens de betrokkenheid van de ondernemingsloketten. Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Economie, K. PEETERS De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s, W. BORSUS ADVIES 60.804/2 VAN 1 FEBRUARI 2017 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT `BETREFFENDE DE NADERE REGELS VOOR DE INSCHRIJVING VAN DE SYNDICUS IN DE KRUISPUNTBANK VAN ONDERNEMINGEN’ Op 5 januari 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Justitie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de nadere regels voor de inschrijving van de syndicus in de Kruispuntbank van Ondernemingen’. Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 1 februari 2017. De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux en Wanda Vogel, staatsraden, en Anne-Catherine Van Geersdaele, griffier. Het verslag is opgesteld door Pauline Lagasse, adjunct-auditeur . De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wanda Vogel . Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 1 februari 2017. Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Onderzoek van het ontwerp Aanhef en artikel 10 Uit de bespreking van artikel 10 blijkt dat de reden waarom de minister van Financiën betrokken wordt bij het opstellen en de uitvoering van dit besluit gelegen is in het feit dat hij daarbij optreedt als gegevensbeheerder van de mede-eigendommen zoals bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 `houdende aanwijzing van de overheden, administraties en diensten die, betreffende bepaalde categorieën van ondernemingen, belast zijn met de eenmalige inzameling en het actualiseren van de gegevens bedoeld in artikel III.18 van het Wetboek van economisch recht’. De aanwijzing van de FOD Financiën als gegevensbeheerder van de mede-eigendommen geldt evenwel alleen voor de gegevens bedoeld in artikel III.18 van het Wetboek van economisch recht. Anders dan voor de inschrijving van de verenigingen van mede-eigenaars op basis van de artikelen III.16 en III.18 van het Wetboek van economisch recht, is voor de inschrijving van de syndicus in de zin van artikel 577-8, § 2/1, van het Burgerlijk Wetboek de medewerking van de kantoren van hypotheekbewaring (die onder de verantwoordelijkheid van de FOD Financiën vallen) niet vereist. In juridisch opzicht is het bijgevolg niet onontbeerlijk de minister van Financiën bij dit ontwerp te betrekken. Dispositief Artikel 3 In paragraaf 1 is er sprake van “werkdagen”. Aangezien dit begrip in juridisch opzicht nergens duidelijk omschreven wordt en het besluit bestemd is om te worden toegepast in contexten waarin het gebruikelijke begrip werkdag kan verschillen, zou het moeten worden gedefinieerd, ofwel zou, bij voorkeur, moeten worden voorzien in een termijn berekend in “dagen”. Deze opmerking geldt eveneens voor het vervolg van het ontwerp. Artikel 6 De vraag rijst wat zoal valt onder de in de bepaling onder 2° vermelde verplichting om in het dossier van inschrijving in de Kruispuntbank “de volmachten waarmee de in artikel 3 vermelde aanvragen vergezeld gaan” op te nemen. Indien het gaat om het geval waarin de aanvraag om inschrijving uitgaat van een mandaathouder, zoals bepaald in inzonderheid artikel 4, § 1, dient vastgesteld te worden dat dit geval zich in het algemeen niet zal voordoen. De bepaling in kwestie zou derhalve als volgt gesteld moeten worden : “2° de volmachten waarvan de in artikel 3 vermelde aanvragen in voorkomend geval vergezeld gaan;”. Het verslag aan de Koning dient op dit punt explicieter gesteld te worden. Artikel 9 Ingeval de steller van een ontworpen besluit daaraan terugwerkende kracht wenst te verlenen, moet een onderscheid gemaakt worden tussen, enerzijds, de datum waarop dat besluit in werking treedt en, anderzijds, de datum waarop het rechtsgevolgen heeft. Uit artikel 9, eerste lid, van het ontwerp blijkt dat de steller ervan aan het besluit terugwerkende kracht wil verlenen. Doordat artikel 9, tweede lid, van het ontwerp voorziet in een overgangsperiode van één jaar voor de verenigingen van mede-eigenaars die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, doet de terugwerkende kracht die de steller van het ontwerp daaraan wenst te verlenen evenwel niet ter zake. Naar aanleiding van een vraag in dat verband heeft de gemachtigde van de minister zijn instemming betuigd met dit punt : “01/01/2017 was slechts de oorspronkelijk bedoelde datum om het desbetreffende Koninklijk besluit in werking te doen treden. Heden wordt de datum van inwerkingtreding voorzien op 01/04/2017. Het is dus geenszins de bedoeling om een terugwerkende draagwijdte te verlenen aan het koninklijk besluit. Verenigingen van mede-eigenaars die reeds bestaan op 01/04/2017 beschikken dan vanaf die datum over één jaar om de inschrijving in de Kruispuntbank van ondernemingen te regelen.” Artikel 9 van het ontwerp behoort bijgevolg dienovereenkomstig herzien te worden. De griffier, A.-C. Van Geersdaele. De voorzitter P. Vandernoot. 15 MAART 2017. – Koninklijk besluit betreffende de nadere regels voor de inschrijving van de syndicus in de Kruispuntbank van Ondernemingen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op het Burgerlijk Wetboek, artikel 577-8, § 2/1, ingevoegd bij artikel 8, D) van de Wet van 2 juni 2010; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van de Federale Overheidsdienst Financiën, gegeven op 7 november 2016; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van de Federale Overheidsdienst Justitie, gegeven op 10 november 2016; Gelet op de adviezen van de Inspecteurs van Financiën van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, gegeven op respectievelijk 22 november 2016 en 30 november 2016; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 22 december 2016; Gelet op het advies 60.804/2 van de Raad van State, gegeven op 1 februari 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, [2° ] van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende het Wetboek van economisch recht, Boek III, Titel 2.; Op de voordracht van de Minister van Justitie, de Minister van Economie, de Minister van Financiën, de Minister van Middenstand, Zelfstandigen en van K.M.O., Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder “vereniging van mede-eigenaars” elke vereniging van mede-eigenaars, hieronder begrepen de deelverenigingen, die rechtspersoonlijkheid bezitten zoals bepaald in artikel 577-3, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek; onder “syndicus” wordt verstaan elke natuurlijk persoon of vennootschap, die aangesteld of benoemd is als syndicus in gevolge artikel 577-8, § 1, eerste lid Burgerlijk Wetboek of is toegevoegd of aangewezen als voorlopig syndicus ingevolge artikel 577-8, §§ 6 of 7 Burgerlijk Wetboek. Bovendien wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder “werkdagen” alle dagen met uitzondering van de zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen. Art. 2. De gegevens betreffende het mandaat van de syndicus van de vereniging van mede-eigenaars worden ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen. De vereniging van mede-eigenaars of haar syndicus dienen hiertoe een dossier betreffende de vraag tot inschrijving van de syndicus in bij een ondernemingsloket naar keuze. Deze bepaling is van toepassing onverminderd de bepalingen in artikel III. 16. en III 49. van het Wetboek van economische recht. Art. 3. § 1, De aanvraag tot inschrijving wordt ten laatste op de werkdag die de dag waarop de opdracht van de syndicus een aanvang neemt voorafgaat ingediend bij het ondernemingsloket, tenzij de beslissing minder dan acht werkdagen voor de dag waarop de opdracht van de syndicus een aanvang neemt werd genomen. In dit laatste geval wordt de beslissing binnen de acht werkdagen na het nemen ervan aan het ondernemingsloket meegedeeld. Ze bevat de volgende gegevens : 1° het ondernemingsnummer van de vereniging van mede-eigenaars; 2° een uittreksel uit de akte van aanstelling of benoeming. Dit uittreksel bevat de gegevens vermeld in artikel 577-8, § 2, tweede lid, eerste zin van het Burgerlijk wetboek; 3° het rijksregisternummer of het identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van de syndicus indien het om een natuurlijk persoon gaat of indien het om een vennootschap gaat het ondernemingsnummer en desgevallend het rijkregisternummer of het identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van een vertegenwoordiger die gerechtigd is de activiteiten van syndicus in het kader van de vennootschap uit te oefenen. Ingeval geen rijksregisternummer of identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid voorhanden is, kan het ondernemingsloket alle gegevens en documenten vragen die nodig zijn voor de eenduidige identificatie van de betrokken natuurlijke persoon. § 2. Iedere wijziging of doorhaling die een aanpassing van de in § 1, 2° en 3° bedoelde gegevens tot gevolg heeft, wordt op basis van de nodige bewijsstukken door de vereniging van mede-eigenaars of haar syndicus aan het ondernemingsloket van zijn keuze meegedeeld met aanduiding van de datum waarop de wijziging of doorhaling in voege treedt. De mededeling gebeurt ten laatste op de werkdag die de invoegetreding van de wijziging of doorhaling voorafgaat, tenzij de beslissing minder dan acht werkdagen voor de inwerkingtreding van de wijziging of doorhaling werd genomen. In dit laatste geval wordt de wijziging of doorhaling binnen acht werkdagen aan het ondernemingsloket meegedeeld. Art. 4. § 1. Het ondernemingsloket registreert bij ontvangst iedere aanvraag om inschrijving, wijziging of doorhaling. Indien het aanvraagdossier onvolledig is brengt het ondernemingsloket de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars, afhankelijk van wie de aanvraag heeft ingediend of het mandaat heeft verstrekt voor het indienen van de aanvraag, hiervan in kennis binnen de acht werkdagen na ontvangst van de aanvraag. § 2. In de Kruispuntbank van ondernemingen worden de volgende gegevens van de syndicus opgenomen : – indien het gaat om een natuurlijk persoon : naam, voornaam en het rijkregisternummer of het identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid; – indien het gaat om een vennootschap : de maatschappelijke benaming en het ondernemingsnummer en desgevallend het rijksregisternummer of het identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van zijn vertegenwoordiger die gerechtigd is de activiteiten van syndicus in het kader van de vennootschap uit te oefenen; – de datum waarop de opdracht van de syndicus een aanvang neemt. Art. 5. § 1. Het ondernemingsloket schrijft de gevraagde inschrijving, wijziging of doorhaling binnen acht werkdagen na ontvangst van het volledig dossier bedoeld in artikel 3, § 1, in de Kruispuntbank van Ondernemingen in. § 2. Indien het ondernemingsloket de inschrijving, wijziging of doorhaling weigert, brengt het deze weigering binnen acht werkdagen na ontvangst van het volledig dossier bedoeld in artikel 3, § 1 ter kennis aan de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars, afhankelijk van wie de aanvraag heeft ingediend of het mandaat heeft verstrekt voor het indienen van de aanvraag. Art. 6. Het dossier van inschrijving van de syndicus in de Kruispuntbank van Ondernemingen, bevat : 1° de aanvragen tot inschrijving van de syndicus, de wijziging of doorhaling van de gegevens van de syndicus alsook de stukken bedoeld in artikel 3, § 1; 2° de volmachten waarvan de in artikel 3 vermelde aanvragen in voorkomend geval vergezeld gaan; 3° in voorkomend geval, de beslissing tot weigering van de inschrijving, wijziging of doorhaling, genomen door het ondernemingsloket, samen met het bewijs van de kennisgeving aan de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars, afhankelijk van wie de aanvraag heeft ingediend of het mandaat heeft verstrekt voor het indienen van de aanvraag. Art. 7. Het in artikel 6 bedoelde dossier wordt bewaard gedurende een termijn van vijf jaar door het ondernemingsloket dat de aanvraag om inschrijving, wijziging of doorhaling heeft behandeld, overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 mei 2004 betreffende de nadere regels inzake het bewaren van archieven in de erkende ondernemingsloketten. Art. 8. § 1. Voor elke aanvraag tot inschrijving, wijziging of doorhaling is hetzelfde inschrijvingsrecht verschuldigd door de vereniging van mede-eigenaars als het bedrag bepaald door artikel 2, §§ 1 en 2 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 tot vaststelling van het bedrag van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming, en de vergoeding van de erkende ondernemingsloketten. § 2. De ondernemingsloketten ontvangen voor hun medewerking aan de inschrijving een bedrag dat gelijk is aan 100 % van de inschrijvingsrechten bedoeld in § 1, btw inbegrepen. Art. 9. Dit koninklijk besluit treedt in werking op 1 april 2017. De verenigingen van mede-eigenaars, die ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, beschikken over een termijn van één jaar vanaf de in het eerste lid bedoelde inwerkingtreding om te voldoen aan de verplichtingen opgelegd door dit koninklijk besluit. De Minister bevoegd voor Middenstand kan deze termijn op vraag van de ondernemingsloketten met maximum één jaar verlengen. Art. 10. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Economie, de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor Middenstand, Zelfstandigen en K.M.O.’s zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 15 maart 2017.

 

Stel uw verdere vragen gerust aan het Original Immo beheersteam.

welkom@originalimmo.be